<Agenda   Recensie   Zoeken   Links
Groenewegen, Willem

 


Willem Groenewegen (Eindhoven, 1971) woont en werkt in Assen. Doctorandus Engels geworden aan de Rijksuniversiteit Groningen, verdeelt hij zijn tijd nu tussen het vertalen en schrijven van voornamelijk poëzie. Onlangs verschenen twee van zijn gedichten in de bloemlezing "Vanuit de Lucht"(Passage) en volgend jaar verschijnt in Engeland een kloeke bloemlezing van zijn Engelse vertalingen van het dichtwerk van Arjen Duinker.

WINTERHOOGTIJ


het water staat tot aan de rietrand
van water is het kanaal straat
waar vlokken dartel uit gaan
dansen op het orgeltje van de wind


sneeuwvlokken jagen, wind heeft vrij spel
wispelturige shoppers in de winkelstraat
op de vlucht voor weer, op zoek naar Sale
haasten vlokken ieders eigen doel na


over de laan van water van water glad
stuift de regen, de regen van vlokken
en waar hij met een vingertop straat raakt
wordt hij met de straat gelijk tot ijs


Willem Groenewegen


ZWART EN WIT


Werkelijk een plaatje, zoals er maar een is:
voet gestoken achter aars in verstilde pose,
lid geolied als het ware net uit bad,
lippen op elkaar, grijnzend van bakkebaard
tot bakkebaard, ogen losjes gesloten.


Hij danst, hij danst om niet gezien te worden.
Elke shot een ontsnappingspoging in
het spanningsveld tussen zoeker en gezochte.
Kleurloos vindt men hem, hij is gevangen
tussen zwart en wit. Sla hem open, sla hem dicht.


Willem Groenewegen




LAGEN


Nu vermoed ik achter de houten schouw
een stenen muur waar eens niets was.
De muur was de schouw, en de schouw muur
(Wat ik zag was het huis, dat wat het was)
Er zat niets achter wat ik zag. Volkomen burcht.


Draagmuur. Paneel. Stucwerk. Lambrisering.
Woorden die komen met de idee dat
het oog slechts onderdelen ziet. Wat je dan
ziet is er niet, altijd wordt nooit meer.
En aanschouw verwordt tot verlangen.


Willem Groenewegen