ALS TAAL MIJ NIET ZOEKT
Als taal mij niet zoekt
zoals ik haar vind
hoe moet ik dan ooit
je blijven
je ogen vol gedachten
en zwijgen
het nachtelijk schuilen
tussen jou en mij in
In taal ben ik beter
in zeggen en schrijven
woorden vangen regels
een eind een begin
jouw ogen onthullen
vrijelijk hechten en blijven
geluidloos bevrucht je
het land dat ons bindt
Oh, spreek
noem de namen
geef ons armen en monden
laat ons zwellen en reizen
zo dat taal ons vindt
Gijsje Gramsma
IK WOON TUSSEN GROENE VERGEZICHTEN
Ik woon tussen groene vergezichten
en blauwe luchten
de stilte van de wind
en een poes, dichtbij
ik verlang naar de stad
de grachten en terrassen
mannen met open regenjassen
oude trappen naar omhoog
opgewonden en onrustig herinner ik mij
de zoete streling van kennis
wetenschap en muze, zo feestelijk dichtbij
ik beweeg mij
tussen verleidelijke gedachten
en de dagelijkse gang van zaken
oh nee, ik zou niet weten
wat ik werkelijk verkies
ik besta van het verlangen
naar het terloopse en doordachte
Gijsje Gramsma
BOOTTOCHT
We dreven samen in jouw schoot
het water rimpelloos glad
als bewogen wij ons stilstaand voor
in een oudhollands schilderij
zo roerloos lagen wij
onafgesproken stilte
ik verwonderde mij
dat ik niet ongeduldig zuchtte
om meer buitenwind
en dat het goed was zo
met die stille zeilen
jij keek zachtmoedig om je heen
er was geen koers te bepalen
de wimpel waaide niet
heel ven drukte je mijn hand
ik weet
zo heb jij ons het liefst
Gijsje Gramsma